Daar zong hij bovendien Hertog Blauwbaards Burcht van Bartók en Nielsens Maskarade, en bovendien La sonnambula, La damnation de Faust en Le nozze di Figaro.
Vervolgens zong hij rollen als Escamillo (Carmen) in Kopenhagen, Don Basilio (Il barbiere di Siviglia) in Frankfurt en Leporello aan de Deutsche Oper Berlin. In het seizoen 1995/96 zong hij de titelrol in Der fliegende Holländer in het net geopende operahuis in Göteborg. In hetzelfde seizoen maakte hij zijn Parijse debuut als Joe in Weills Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny bij l’Opéra de Paris en trad hij voor de eerste maal op in het Munttheater in Brussel, waar hij onder andere nog Sjaklovity (Chovansjtsjina), Lodovico (Otello) en Hertog Blauwbaard zou vertolken. Verder zong Ronnie Johansen rollen als Telramund en Heinrich in Lohengrin, Macbeth, Ramfis, Jokanaan (Salome) en Günther (Götterdämmerung).
Zijn optreden als Heinrich betekent zijn debuut bij de ZaterdagMatinee. Hij vervangt de eerder aangekondigde Bjarni Thor Kristinsson.